Humans of my home: Willemsparkweg

Met enige regelmaat zie ik dat mijn Facebookvrienden hun achternaam verloochenen met een ‘zoekt-een-huis’-variatie. Dit was dan ook mijn strategie om onderdak te vinden in Amsterdam. Helaas, een schaarste aan leegstaande potentiële thuisplekken, maar… reizende via-via-virtuele-vriendinnen in overvloed. Dus deed ik voor de time being H2O bij de vino; gemeubileerde, tijdelijke huizen met én van random mensen.

Zo belandde ik in een studentenpand op de Willemsparkweg. Een straat vol delicatessenzaken, dikke auto’s, bakfietsen, plastisch-chirurgische klinieken en nannies op stand. Zo chic dat zelfs BN’ers het plezierig vinden om hier pro bono vleeswaren te verkopen (Nicolette van Dam). Ineens woonde ik bijna ín het Vondelpark. Een plek waar ik dan ook met regelmaat mijn frisse neus ophaalde.

Om inzicht te verschaffen in hoe het er in zo’n random roedel eraan toegaat, breng ik verslag uit van mijn gedocumenteerde observaties.

De kelder

De kelder wordt semi-bewoond door een midlife-ische man die stiekem wijfjes meeneemt in zijn ondergrondse loft. Hij wil niet dat wij via de tuindeur zijn onzedige bezigheden aanschouwen en heeft ons daarom de toegang tot onze gezamenlijke tuin ontnomen. Hij heeft zich door de jaren heen juridisch vastgeketend in de kelder en kan dus niet uit het studentenhuis gezet worden.

Begane grond 

Twee wijfjes hebben de begane grond tot hun beschikking. We zeggen ‘hoi’, ‘doei’ en hebben een keer pannenkoeken gebakken. Op Facebook zijn we wel vrienden.

De eerste

Op de eerste verdieping, waar ook de keuken is, woont een yoga-beoefenend, geuren-creërend, moestuin-op-het-balkon-onderhoudend koppeltje. Ik heb een keer tot in de vroege uurtjes met hen gedanst op een roaring twenties feest. We dronken zelfverbouwde wijnen. Ze houden goudvissen op het balkon in een plastic bak. Dr. Fish is er niets bij.

In de tweede kamer woont een schuw mannetje met intense pleinvrees. Ik heb hem een keer als een soort schim in een stuiptrekking zien schieten omdat ik hem per ongeluk gedag zei. Met enige regelmaat check ik zijn koelkast. Zo houd ik in de gaten of hij zichzelf nog wel voedert en dus nog in leven is.

De tweede

Helemaal bovenin woont mijn verdieping-bewoner. Hij houdt van slingers (het hele jaar door), hersengerelateerde onderzoeken, piano-improvisaties en, net als ik, van films die té random zijn voor de mainstream bioscopen. We eten exotische stamppotten en hebben een keer samen een huisfeest gegeven. Het was een dolle boel.

Omdat hij mijn favorietje onder de humans of my home is (en het minst schuw), interview ik voor deze gelegenheid mijn lieftallige, vreemdvogelige huisgenoot over zijn natuurlijke habitatje aan de Willemsparkweg.

Hoe ben jij hier terecht gekomen?
Ik stond op een wachtlijst bij een studentenwebsite en mocht een kijkje nemen. Ik kwam binnen en hoorde ‘Famous Blue Raincoat’ van Leonard Cohen weergalmen door het pand. De vrouwelijke wederhelft van het eerste-verdieping-stel zat op de grond te kleien. ‘Een huis vol vrije geesten naast het Vondelpark’, dacht ik toen. ‘Daar wil ik wel wonen!’ Ik stond helemaal niet boven aan de lijst, maar waarschijnlijk omdat het zomer was en andere gegadigden op vakantie waren, werd het van mij.

Wat zou nu jouw droomhuis zijn?
Ik hoef niet per se in een rijke buurt als deze te wonen. Mensen hier zijn kak. Ik geef niet om stand en ik zou me in een studentikozere, ‘armere’ buurt, meer op mijn plek voelen. In een huis met een gezellige groep mensen want hier is iedereen erg op zichzelf. Ik woonde hiervoor op het Bijltjespad, in een studentenflat waar er altijd mensen waren. Ik ben nog steeds bevriend met hen. In de zomer ben ik klaar met mijn studie en wil ik als starter een huis zoeken met vrienden. Al is het moeilijk om iets passends te vinden Amsterdam.

Als je iets zou mogen uitzoeken voor in je kamer, wat zou dat zijn?
Een piano. Ik bespeel vaak de piano als ik bij mijn ouders ben. Dan doe ik graag jazz-improvisaties, een beetje jammen, maar ik speel ook de filmmuziek van Entouchables bijvoorbeeld.

Wat is het meest bijzondere voorwerp in je kamer?
Het schilderijtje dat ik ooit kocht van een Zuid-Amerikaanse kunstenaar naast de Oudemanhuispoort. Ik had even pauze genomen om een stukje te lopen. Dit mannetje had diverse tekeningen op de grond vastgezet met steentjes, zodat ze niet weg zouden waaien door de wind. Naakte vrouwen. Ik vond deze erg mooi en zei tegen de artiest: ‚She is beautiful’. ‚Dat was ze echt. Allemaal eigenlijk.’ vertelde hij mij. Alle geportretteerde vrouwen had hij geschilderd en waarschijnlijk ook bemind. Dat vond ik mooi. Vervolgens heb ik de geldtransactie stiekem in een steegje gedaan bij zijn compagnon. De kunstenaar had geen vergunning.

Waar voel jij je het meeste thuis?
Ik ben acht keer in mijn leven verhuisd. Ik voel me niet perse thuis in een huis. Meer in situaties of gesprekken. Maar in dit huis heb ik een sterker gevoel van thuis zijn dan ik ooit eerder heb gehad. Dit is echt mijn plek. Ik heb alles zelf gebouwd, van mijn bed tot aan de kledingkast. Ik moet alleen nog een oude versterker op de kop tikken. Dan komt er muziek uit mijn tafelpoten.

Er hangt een scheve plank aan de muur.
Dat vind ik humor. Ik houd van ongemakkelijkheid. Absurdisme. Ik moet ook erg lachen om typetjes. Jiskefet is een van mijn favorieten.

Wat is je dierbaar in deze kamer?
Ik hecht niet veel waarde aan spullen. Toen ik op reis was konden spullen me gestolen worden. Daar besefte ik hoe weinig je eigenlijk nodig hebt. Nu zijn mijn laptop en boxjes mij dierbaar. En foto’s. Maar sinds Facebook hoef ik die niet meer echt uit te printen. Daarom zijn de foto’s aan mijn muur gedateerd sinds het moment dat ik op Facebook ging.

Ja, de digitale revolutie. Maar zonder Facebook was ik nooit jouw tijdelijke roomie geweest, dus lang leven ons online leventje.

Bed-packen, inhuisplaatsingen met willekeurige zielen en de Amerikaanse blog Humans of New York, waren de inspiratie voor Humans of my Home.