The Hills of a Thousand Hills

Rwanda. Het land van duizend heuvels, een van de weinige plekken in de wereld waar gorilla’s nog in het wild leven en een land waar een gruwelijke genocide nog geen twee decennia geleden heeft plaatsgevonden. Rwanda is ook het land van ‘morgen’, ‘komt wel’, ‘we nemen hier de tijd’ en ‘zo gaat dat nou eenmaal’. Mijn vriendinnetje en klasgenootje aan Coventry University, Price, heeft mij twee weken lang haar land van herkomst laten zien. Ik heb voor het eerst in mijn leven een Afrikaanse cultuur ervaren en gezien hoe een land na complete verwoesting van volkerenmoord zichzelf weer probeert her te vestigen op de landkaart.

Even een topografisch en geschiedenis update voor de nerdy geïnteresseerden onder ons. Rwanda grenst aan Oeganda, Kongo, Tanzania en Burundi en is onderdeel van Oost Afrika. In de tijd van de kolonisatie werd het volk in twee verschillende stammen verdeeld. Gemakkelijk gezegd, mensen met een klein neusje en veel koeien werden Tutsi’s genoemd en mensen met een grover gezicht en minder bezittingen werden Hutu’s genoemd. Tutsi’s waren in de minderheid. Na veel onderlinge strijd en geschiedenis besloten de Hutu’s in april 1994 dat het tijd was om van de Tutsi’s af te zijn en via radio oproepen en ala Nazi style werden in 100 dagen een miljoen (!!) Tutsi’s en gematigd Hutu’s uitgemoord. Mijn vriendin Price en haar familie zijn Tutsi.

297868_10150793502535150_201744589_n

Vanuit Zeewolde, naar Antwerpen, vanuit daar de trein naar Amsterdam, om vervolgens 17 uur later via Schiphol het vliegtuig te pakken (ja je moet er wat voor over hebben om het lower-dan-low-budgetste vliegticket aller tijden te bemachtigen), arriveerde ik op het vliegveld van Kigali. Het moment dat ik het vliegtuig uitstapte, snoof ik een warme avondlucht op vermengd met zand and stof op en ik wist.. ik ben in Afrika. Ik wist ook dat ik in Afrika was omdat ik als eerste het vliegtuig uitstapte terwijl ik helemaal niet vooraan zat, in tegenstelling tot bijvoorbeeld landen op Schiphol nam niemand hier aanstalten om uit te stappen. Iedereen bleef rustig zitten en kletsen met medevliegtuigpassagiers. Normaal zit iedereen zijn handbagage uit al de bagage opslag te trekken als het stoel-riemen-vast-sign nog nauwelijks is gedoofd en probeert iedereen zo snel mogelijk het vliegtuig te verlaten met precisie van een snelweg als het op ritsen aankomt. Hier in Afrika is dat blijkbaar dus anders, hier nemen mensen de tijd. Price en haar zusje Gabby stonden me al op te wachten, toen ik als eerste met mijn koffer door de schuifdeuren liep. (Ik had uitgebreide instructies aan ze gegeven dat ik een uur eerder zou arriveren, zodat ze op tijd zouden komen, en met een uur vertraging vanuit Amsterdam waren we dus tegelijkertijd op het vliegveld.)

Ik had al begrepen dat veel studenten die in Engeland studeren met Afrikaanse afkomst, uit welgestelde families komen. Wat is niet had verwacht is dat ik in de meest chique wijk van Kigali zou belanden. Vergelijking: in ‘The Hills’ van Rwanda. Samen met de chauffeur reden we door Kigali in de richting van de wijk waar Price met haar familie woont. Voor de zomer was iedereen thuis, haar broertje en drie zusjes. Haar jongste twee zusjes, Chelsea (13) en Gabby (17) wonen de rest van het jaar in Nairobi en zitten daar op de middelbare school en haar andere zusje van Cindy (18) woont in Sheffield, Engeland. Allemaal hele lange meiden met super schattige gezichtjes (typisch Tutsi gezichtjes leerde ik later). Toen we haar straat inreden kreeg ik een halve hartverzakking van een man die met een immens groot geweer het verkeer tegenhield in haar straatje. Dan was mijn eerst introductie met hoe het leven in Kigali eraan toe gaat. Hij was de huisbewaker. Nadat hij de poorten van de omheining om het huis had geopend en we door de met prikkeldraad bespannen deuren reden, werden we opgewacht door twee (waak)honden en een dienstmeisje. Het meisje begeleidde me naar mijn kamer terwijl ik een glimp opving van een grote opgezette leeuw die als vloerkleed diende in de woonkamer. Aangekomen in mijn kamer hoefde ik tot mijn grote verbazing niet op een matje van bamboestokken te slapen, in een gat in de grond te plassen en mezelf te wassen met emmertjes water uit een waterput… Ik had een keurig opgemaakt bedje en mijn eigen badkamer met douche en wc! Tik in ‘Rwanda’ bij ‘Google images’ en je begrijpt waar mijn oorspronkelijke voorstelling vandaan komt.

Ook al had ik de hele dag gevlogen en was ik kapot van de reis en de eerste indrukken, toen Price vroeg of ik zin had om mee te gaan naar een karaokebar met vrienden van haar, kon ik natuurlijk geen nee zeggen. Een karaokebar in Afrika??! Bestaat dat?! Ik besloot maar om niet meer van ALLES me af te vragen of dat ook bestond in Afrika want blijkbaar waren dingen als karaoke hier ook gewoon aanwezig. Zangles is misschien wel iets om hier te introduceren, want hoe ritmisch Afrikanen ook kunnen dansen, zingen is niet echt hun sterkste punt. In ieder geval niet de Rwandesen die in deze lokale bar stonden op te treden. Vol overgave kwamen de ‘Back Street Boys’ voorbij en werd er meegebruld met ‘Boyz 2 Men’. Een vriend van Price vroeg mij wat ik van zijn performance vond. Type: Intens geëmotioneerd, extremely vals ‘I don’t wanne close my eyess’ blèrder. Voor de grap zei ik, ‘voor deze bar is het leuk entertainment maar aan The Voice of Rwanda zou ik niet mee doen’. Ik heb nog nooit iemand zo beledigd en gekwetst gezien. Price vertelde me dan ook later dat ik maar niet meer mijn Nederlandse ‘eerlijkheid’ (lees:botheid) moet tonen steeds, maar beter wat genuanceerder antwoord kan geven op vragen zoals deze. Afrikaanse les nummer 1: de waarheid valt altijd aan te passen.

De volgende dag gingen we naar het Memorial Centre voor de slachtoffers van de genocide, maar omdat het ons de hele dag koste om te vertrekken, kwamen we aan bij de poorten van de Memorial en was het al gesloten. Afrikaanse les nummer 2: op tijd vertrekken is geen optie en wachten is nationale bezigheid nummero one. Gelukkig waren we de volgende dag wel voor sluitingstijd binnen en hadden we een paar uur de tijd om door het Memorial Centre te lopen en te leren over de volkerenmoord. Ik was in shock. In Coventry had Price mij films laten zien zoals ‘Sometimes in April’ en ‘Hotel Rwanda’ over deze oneerlijke slachting van haar volk, maar om rond te lopen in het land waar het daadwerkelijk is gebeurd, was een hele andere ervaring. Het museum was gebouwd op een heuveltop waar 300.000 Tutsi’s in een massagraven begraven liggen. In het museum werd uitgelegd wat er precies is gebeurd, filmpjes laten zien van overlevende die iedereen hebben verloren, botten, wapens (kapmessen werden gebruikt) en verscheurde kledingstukken lagen tentoongesteld en overal hingen foto’s van slachtoffers. De laatste kamer van het museum was waar ik mijn tranen niet meer tegen kon houden, helemaal  toen ik de kleine zusjes van Price alle twee intens verdrietig zag zitten op een bankje. Price en haar zusjes waren vroeger een keer hier geweest met school en allemaal hadden ze er een traumatische ervaring aan over gehouden. De zusjes omdat ze nog heel klein waren en het museum bestond toen vooral bestond uit tentoongestelde botten en Price omdat een klasgenootje van haar (die ik ook had ontmoet in de karaoke bar, nee gelukkig niet die ik had beledigd) een foto zag hangen en ontdekte dat het meisje op de foto zijn kleine negen maanden oude nichtje was. Hij had geen idee dat ze ook vermoord was. De laatste kamer heet de kinderkamer. Overal hangen groot uitvergrote foto’s van guitige baby’s, aandoenlijke peuters en bijdehante kindergezichtjes. Bij iedere foto staat een naam, lievelingsdier, lievelingseten, beste vriendin (vaak mama) en hobby’s (van koemelk drinken tot met papa spelen). De laatste omschrijving op het lijstje is doodsoorzaak. Het varieerde van in stukken gesneden met een kapmes tot tegen de muur gesmeten. Mijn hart brak.

Zwaar onder de indruk gingen we weer naar huis. Op straat zag ik mannen lopen in oranje gevangenispakken. Price vertelde mij dat zij de massamoordenaars waren en dat ze overdag voor de gemeenschap werken. Ik voelde me heel boos, bang en verdrietig en wilde niet naar hun gezichten kijken, helaas keken ze mij wel allemaal vol aan omdat ik voorin de auto zat met mijn blonde lokken wat nogal een opvallend tafereel moet zijn geweest. Ik voelde me extreem ongemakkelijk. Gelukkig ebde dat weg, helemaal toen ik die meiden vroeg hoe zij daar mee omgingen. Je leert vergeven, maar vergeten zal je het nooit. Ook waren ze niet bang meer, maar het kan altijd opnieuw gebeuren. Soms worden er nog steeds lokale aanslagen gepleegd, zoals een poging om het Memorial Centre op te blazen, om de herinnering niet zo levendig te houden. Het feit was ook dat ik nooit hardop aan iemand mocht vragen; ‘Ben je Hutu of Tutsi?’. Daar kan je voor worden opgepakt. (Ik ben erg blij dat Gabby mij dat vertelde want ik was al bijna aan mensen gaan vragen wat voor afkomst ze hadden uit belangstelling.)

In Rwanda zijn de families groot. Heel groot. De vader van Price is de jongste van 18 kinderen. Al zijn broers en zussen hebben minimaal 5 kinderen die ook allemaal bezig zijn met het produceren van nageslacht. De familie van Price is dus immens groot. Een van de kinderen van een van de duizenden neven van haar werd gedoopt en wij waren uitgenodigd op het doopfeest. Toen we aan kwamen rijden bij het huis van het feestvarken, was de halve straat al afgezet door alle random geparkeerde auto’s. De chauffeur zette ons af en we liepen in de richting van het huis waar bubbeling beats al uit de spiekers knalden. ‘Get down with that booty’! Toen we de tuin in kwamen lopen zag ik een hele groep kindjes schudden met hun billen, hun bovenlijven shaken en keihard meezingen. Kindjes van een jaar of acht. Ritmisch dat ze waren! Ik vond het verbazend dat zelfs Price haar oude oom van een jaar of 80 ook ritmisch aan het mee bewegen was. Er stond een enorm buffet waar we rijkelijk van konden opscheppen. Typische Afrikaanse gerechten, van hartige banaan, stokken sugar cane, rijst, avocado’s, vers fruit en vis en verschillende vleessoorten. De dienstmeisjes liepen rond met flessen drank om ons (stiekem, zodat de ‘volwassenen’ het niet zagen, want drinken voor de ogen van je ouders is een van de onrespectvolste dingen die je kan doen) te voorzien van drankjes. Ik werd aan de hele familie voorgesteld en kreeg van iedere tante, oom, neef, nicht, buurvrouw en vrienden van de familie een warme knuffel en drie dikke zoenen op mijn wang geplant. Ze verzekerden me er allemaal van dat ik meer dan welkom was en werd benoemd tot hun nieuwe nichtje uit Holland.

Op vrijdagavond besloten we uit te gaan, want ik was ontzettend benieuwd naar het uitgaansleven van Rwanda. ‘Zijn er dan mensen die op een trommel in een hutje zonder elektriciteit, muziek staan te fabriceren?’ Niets was minder waar. In de chique hotels zaten clubs verstopt en ook al was er niet een bruisende uitgaansstraat vol cafeetjes en bars, de clubs tipten aan een gemiddeld Amsterdamse Sugarfactory meets Bitterzoet. We hebben de hele avond heerlijk gedanst en zwermen neven en nichten tegen het lijf gelopen.

Price vertelde me haar land veel is veranderd na de volkerenmoord. Ik was nu al geschrokken van hoe onderontwikkeld veel alledaagse dingen waren, maar vergeleken met bijna 20 jaar terug is er al veel veranderd en opgeknapt. Rwanda loopt qua ontwikkeling op sommige punten nog wel achter vergeleken met Europa om maar een voorbeeld te geven. Er zijn bijvoorbeeld geen adressen. Als je iemand wil opzoeken dan heb je eerst een uitleg nodig van waar diegene woont. Als je ongeveer de wijk weet en bij welk gebouw/boom je naar rechts moet dan kom je er meestal wel. Zo niet? Dan komen ze je wel ergens op halen. Wij hebben veel tijd gebruikt om te wachten op een telefoontje voor het adres van een neef bijvoorbeeld. Tja, wachten is het sleutelwoord. Ik heb bijvoorbeeld ook 5 uur lang gewacht op een vrouw die me op zou halen zodat ik vrijwilligerswerk zou kunnen doen in een opvangcentrum voor genocide slachtoffers. Ik had allemaal kleding ingezameld en zou daar komen helpen. Eerst had ik met deze vrouw afgesproken om de kleding te geven en dat ik een andere dag zou komen werken. Het toevallige was dat het moment dat we deze vrouw ontmoette (ik had haar benaderd via Internet) Price’s moeder en de vrouw elkaar in de armen vlogen omdat ze blijkbaar iets gemeen hadden. De vrouw was een vriendin van Price’s moeders zus, die is omgekomen in de oorlog. Het was heel hartverscheurend.
Een paar dagen later zou ik dan langs mogen komen. Vanaf 1 PM zat ik op een stoepje op haar te wachten. Om 6 PM liet ze me telefonisch weten dat ze niet meer kon komen maar ik mocht morgen wel komen. (ja MORGEN ja). Op dat moment had ik al VIJF UUR op haar zitten wachten en was ik zo gefrustreerd, boos en beledigd dat ik bijna in tranen uitbarstte. Ik kon ook niet de volgende dag komen helpen want dan ging mijn vliegtuig naar huis. Dit was mijn ergste cultuurshock of all times; Afrikaanse tijd en planning.

Wat ik wel geweldig vond, ze hebben een geniale manier gevonden om te voorkomen dat er ook maar 1 vuiltje op straat ligt. Iedere laatste zaterdag van de maand, gaat IEDEREEN de straat op om op te ruimen. Alle andere 29 dagen van de maand denk je er dan ook niet aan om iets op straat te gooien want dan ben je een paar weken later extra lang bezig om het weer op te ruimen. Resultaat: Rwanda is een van de schoonste landen van Afrika. Niemand ontkomt aan deze schoonmaak dag, oké alleen de goedbedeelden dan, die kopen hun plicht af, maar de rest van het land kan zich niet schuilhouden. Probeer je hem te smeren in de auto? Dan houdt de politie je tegen en kun je maar beter ‘onderweg’ zijn naar een bomenwinkel omdat je ‘van plan was’ een boom te planten om het land groen te houden. De politie zal vervolgens op je wachten en toekijken hoe jij je ergens willekeurig vandaan geregelde boom in de grond stopt. In je huis cocoonen heeft ook geen zin, want er wordt willekeurig bij huizen aangebeld door de cops en dan wordt je extra hard aan het werk gezet.

Rwanda is naast al het verdriet dat er is geleden een geweldig mooi land vol heuvels, bloemen, dieren, mensen in kleurrijke kleding, vers eten, meren, bossen, savannes en het is prachtig. Een dag zijn we op safari gegaan en olifanten, giraffes, nijlpaarden, krokodillen, apen, zebra’s, buffels.. ik heb ze allemaal gezien! Niet die complete big 5 (geen leeuwen in het wild), maar oog in oog met en olifant een hartslag-overslaande-adembenemende-ervaring.

Op een dag vroeg Price’s vader of we haar zusjes naar school wilden brengen. Het duurde een minuutje voor ik besefte, zitten zij niet  op school in Kenia? De vraag was dus of we het leuk vonden om naar Kenia te gaan, de meiden naar school te brengen en dan vervolgens vanuit Nairobi naar Mombasa te vliegen om daar 4 dagen aan een van de mooiste stranden van de wereld te verblijven. Ik wist niet wat ik hoorde. Een paar dagen later vlogen we met zijn vieren naar Nairobi waar we met de meiden uniformen gingen uitzoeken, waar ik nog even met Masai indianen heb gedanst en na emotioneel afscheid te hebben genomen van de zusjes, vlogen Price en ik ‘s avonds naar Mombasa. Daar hebben we vier dagen lang gedanst op Afrikaanse muziek, aan het strand gelegen, een Indiase bruiloft bijgewoond (soort van, we hebben de hele ceremonie vanaf het strand meegekregen), uit kokosnoten gedronken, kameel gereden en gesnorkeld. Een ultieme vakantie in een vakantie, allemaal geregeld door haar vader omdat hij mij verschillende kanten van Afrika wilde laten zien. Ik was erg onder de indruk!

Mijn trip naar Rwanda heeft zoveel verschillende emoties bij me naar boven gebracht.. Van ontroering tot verbazing, van extreem gelukkig tot gefrustreerd, boos en verdrietig, tot dankbaar en bevoorrecht. Er waren zoveel cultuur verschillen waar ik dagen over heb moeten nadenken, ik kan nog wel honderd dingen beschrijven die mij verbaasde of intrigeerde, alles wat is zag was compleet anders dan wat ik ooit eerder heb gezien en ik schrok van mijn eigen emotie fluctuatie. Ik ben ook erg geschrokken van het verschil tussen arm en rijk. Ik voelde me soms erg bezwaard om als een prinses daar door het leven te gaan en alles maar te doen omdat het voor mij toch bijna niets kost. Ik vond het ook heel moeilijk om dingen uit handen te geven, bijvoorbeeld, ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om het dienstmeisje mijn kleding te laten wassen. Ik trok alles maar gewoon een extra dag aan om het dan vervolgens thuis te wassen. Mijn reis naar Rwanda heeft mij ook erg aan het nadenken gezet over rassen, etniciteit, racisme en huidskleur. Ik was erg bewust van het feit dat ik als enige blanke in een land was waar niemand mijn huidskeur had, daar moest ik erg aan wennen, maar dat ebde weg na een tijd en toen had ik zelf er verschil niet meer door. Ik werd wel de hele dag aangestaard omdat ik er anders uit zag (omdat veel mensen in Rwanda niet beseffen dat staren onbeleefd is vertelde Price) en omdat mensen dachten dat ik een rijke toerist was die misschien wel wat geld kon afstaan, maar ik heb me nooit gediscrimineerd en onwelkom gevoeld. Maar hetzelfde geld voor het verschil tussen Hutu’s en Tusti’s. Ik vind het zo erg dat er nog geen twintig jaar geleden een oorlog als deze heeft plaats gevonden tussen stammen en dat de wereld maar toekeek. Ik kan er nog steeds niet over uit. Ook al is Rwanda een van de mooiste landen dat ik ook heb gezien, je merkt dat er nog steeds een waas van verdriet in de lucht hangt en dat geeft een heel onbestemd gevoel. Ik hoop dat het land van mijn vriendin ooit weer bekend zal zijn om waar het bekend om zou moeten zijn, land of a thousand hills.

Tags from the story
, , , , ,